samenleven

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
live together
Uitspraak: /ˈsaː.mə(n)ˌleː.və(n)/
Voorbeeld
Ze hebben besloten om samen te leven.
Vervoeging
iksamenleef
jijsamenleeft
hijsamenleeft
wijsamenleven
julliesamenleven
zijsamenleven
Verleden tijd
samenlevde / samenlevden
Voltooid deelwoord
hebbengesamenlevd
Gebiedende wijs
samenlev
Voorwaardelijke wijs
zou samenleven
Toekomende tijd
zal samenleven
Scheidbaar werkwoord