samenrijden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
drive together
Uitspraak: /ˈsaː.mə(n)ˌrɛi.də(n)/
Voorbeeld
We kunnen samenrijden naar het werk om brandstof te besparen.
Vervoeging
| ik | samenrijd |
| jij | samenrijdt |
| hij | samenrijdt |
| wij | samenrijden |
| jullie | samenrijden |
| zij | samenrijden |
Verleden tijd
samenrijdde / samenrijdden
Voltooid deelwoord
hebbengesamenrijdd
Gebiedende wijs
samenrijd
Voorwaardelijke wijs
zou samenrijden
Toekomende tijd
zal samenrijden
Scheidbaar werkwoord