samensluiten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
unite
Uitspraak: /ˈsaːmənˌslœytə(n)/
Voorbeeld
De bedrijven besloten om zich samen te sluiten.
Vervoeging
| ik | sluit samen |
| jij | sluit samen |
| hij | sluit samen |
| wij | sluiten samen |
| jullie | sluiten samen |
| zij | sluiten samen |
Verleden tijd
samensluitte / samensluitten
Voltooid deelwoord
hebbengesamensluitt
Gebiedende wijs
samensluit
Voorwaardelijke wijs
zou samensluiten
Toekomende tijd
zal samensluiten
Scheidbaar werkwoord