samenspelen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
play together
Uitspraak: /ˈsaː.mə(n)ˌspeː.lə(n)/
Voorbeeld
De kinderen vinden het leuk om samen te spelen.
Vervoeging
| ik | samenspeel |
| jij | samenspeelt |
| hij | samenspeelt |
| wij | samenspelen |
| jullie | samenspelen |
| zij | samenspelen |
Verleden tijd
samenspelde / samenspelden
Voltooid deelwoord
hebbengesamenspeld
Gebiedende wijs
samenspel
Voorwaardelijke wijs
zou samenspelen
Toekomende tijd
zal samenspelen
Scheidbaar werkwoord