samenvallen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to coincide
Uitspraak: /ˈsaːmənˌvɑlə(n)/
Voorbeeld
De feestdag valt samen met mijn verjaardag.
Vervoeging
| ik | val samen |
| jij | valt samen |
| hij | valt samen |
| wij | vallen samen |
| jullie | vallen samen |
| zij | vallen samen |
Verleden tijd
samenvallde / samenvallden
Voltooid deelwoord
hebbengesamenvalld
Gebiedende wijs
samenvall
Voorwaardelijke wijs
zou samenvallen
Toekomende tijd
zal samenvallen
Scheidbaar werkwoord