schelen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
van belang zijn, verschil maken
Uitspraak: /ˈsxeː.lə(n)/
Voorbeeld
Het kan me niet schelen wat anderen denken.
Vervoeging
| ik | scheel |
| jij | scheelt |
| hij | scheelt |
| wij | schelen |
| jullie | schelen |
| zij | schelen |
Verleden tijd
scheelde / scheelden
Voltooid deelwoord
hebbengescheeld
Gebiedende wijs
scheel
Voorwaardelijke wijs
zou schelen
Toekomende tijd
zal schelen