schudden

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
schudden
Uitspraak: /ˈsxʏ.də(n)/
Voorbeeld
Je moet de fles goed schudden voor gebruik.
Vervoeging
ikschud
jijschudt
hijschudt
wijschudden
jullieschudden
zijschudden
Verleden tijd
schudde / schudden
Voltooid deelwoord
hebbengeschud
Gebiedende wijs
schud
Voorwaardelijke wijs
zou schudden
Toekomende tijd
zal schudden