scoren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
scoren
Uitspraak: /ˈskoːrə(n)/
Voorbeeld
Hij hoopt te scoren in de volgende wedstrijd.
Vervoeging
ikscore
jijscoort
hijscoort
wijscoren
julliescoren
zijscoren
Verleden tijd
scoorde / scoorden
Voltooid deelwoord
hebbengescoord
Gebiedende wijs
score
Voorwaardelijke wijs
zou scoren
Toekomende tijd
zal scoren