sigaret

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
sigaret
Uitspraak: /si.ɣaːˈrɛt/
Voorbeeld
Hij rookte een sigaret op het balkon.
Meervoud
sigaretten
Verkleinwoord
sigaretje