slaan

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
slaan
Uitspraak: /slaːn/
Voorbeeld
Hij sloeg de bal met een knuppel.
Vervoeging
iksla
jijslaat
hijslaat
wijslaan
jullieslaan
zijslaan
Verleden tijd
sloeg / sloegen
Voltooid deelwoord
hebbengeslagen
Gebiedende wijs
sla
Voorwaardelijke wijs
zou slaan
Toekomende tijd
zal slaan