smaken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
proeven, lekker zijn
Uitspraak: /ˈsmaː.kə(n)/
Voorbeeld
De soep smaakt heerlijk.
Vervoeging
iksmaak
jijsmaakt
hijsmaakt
wijsmaken
julliesmaken
zijsmaken
Verleden tijd
smaakte / smaakten
Voltooid deelwoord
hebbengesmaakt
Gebiedende wijs
smaak
Voorwaardelijke wijs
zou smaken
Toekomende tijd
zal smaken
zelfstandig naamwoorda2
Vertaling
proeven, lekker zijn
Uitspraak: /ˈsmaːkən/
Voorbeeld
De smaken van het ijs waren heerlijk.