sneeuw

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
sneeuw
Uitspraak: /sneːu̯/
Voorbeeld
De sneeuw bedekte het hele landschap.
Meervoud
sneeuwen
Verkleinwoord
sneeuwtje