snijden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
snijden
Uitspraak: /ˈsnɛi̯.də(n)/
Voorbeeld
Hij moet de groenten snijden voor het avondeten.
Vervoeging
| ik | snijd |
| jij | snijdt |
| hij | snijdt |
| wij | snijden |
| jullie | snijden |
| zij | snijden |
Verleden tijd
sneed / sneden
Voltooid deelwoord
hebbengesneden
Gebiedende wijs
snijd
Voorwaardelijke wijs
zou snijden
Toekomende tijd
zal snijden