spannen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
spannen
Uitspraak: ˈspɑ.nən
Voorbeeld
Je moet de touw strak spannen.
Vervoeging
ikspan
jijspant
hijspant
wijspannen
julliespannen
zijspannen
Verleden tijd
spande / spanden
Voltooid deelwoord
hebbengespannen
Gebiedende wijs
span
Voorwaardelijke wijs
zou spannen
Toekomende tijd
zal spannen