speelgoed
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
het
Vertaling
speelgoed
Uitspraak: /ˈspeːlɣut/
Voorbeeld
Het kind speelde met zijn speelgoed.
Meervoud
speelgoeden
Verkleinwoord
speelgoedje
Samengesteld uit
spelen + goed