sportseizoen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoordb1
het
Vertaling
sports season
Uitspraak: /ˈspɔrt.sɛi̯ˌzoːn/
Voorbeeld
Het sportseizoen begint in september.
Meervoud
sportseizoenen