spreken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
spreken
Uitspraak: /ˈspreːkə(n)/
Voorbeeld
Hij spreekt vloeiend Nederlands.
Vervoeging
| ik | spreek |
| jij | spreekt |
| hij | spreekt |
| wij | spreken |
| jullie | spreken |
| zij | spreken |
Verleden tijd
sprak / spraken
Voltooid deelwoord
hebbengesproken
Gebiedende wijs
spreek
Voorwaardelijke wijs
zou spreken
Toekomende tijd
zal spreken