staan
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
staan
Uitspraak: /staːn/
Voorbeeld
Hij staat elke ochtend vroeg op.
Vervoeging
| ik | sta |
| jij | staat |
| hij | staat |
| wij | staan |
| jullie | staan |
| zij | staan |
Verleden tijd
stond / stonden
Voltooid deelwoord
hebbengestaan
Gebiedende wijs
sta
Voorwaardelijke wijs
zou staan
Toekomende tijd
zal staan