starten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
starten
Uitspraak: /ˈstɑrtə(n)/
Voorbeeld
We gaan de vergadering om tien uur starten.
Vervoeging
ikstart
jijstart
hijstart
wijstarten
julliestarten
zijstarten
Verleden tijd
startte / startten
Voltooid deelwoord
hebbengestart
Gebiedende wijs
start
Voorwaardelijke wijs
zou starten
Toekomende tijd
zal starten