steken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
steken, plaatsen
Uitspraak: /ˈsteː.kə(n)/
Voorbeeld
Pas op dat je je niet steekt aan de naald.
Vervoeging
iksteek
jijsteekt
hijsteekt
wijsteken
julliesteken
zijsteken
Verleden tijd
stak / staken
Voltooid deelwoord
hebbengestoken
Gebiedende wijs
steek
Voorwaardelijke wijs
zou steken
Toekomende tijd
zal steken
zelfstandig naamwoorda2
Vertaling
steken, plaatsen
Uitspraak: /ˈsteːkə(n)/
Voorbeeld
De steken in zijn zij waren pijnlijk.