stelen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
to steal
Uitspraak: /ˈsteːlən/
Voorbeeld
Hij heeft een fiets gestolen.
Vervoeging
| ik | steel |
| jij | steelt |
| hij | steelt |
| wij | stelen |
| jullie | stelen |
| zij | stelen |
Verleden tijd
stal / stalen
Voltooid deelwoord
hebbengestolen
Gebiedende wijs
stel
Voorwaardelijke wijs
zou stelen
Toekomende tijd
zal stelen