stinken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
stinken
Uitspraak: /ˈstɪŋ.kə(n)/
Voorbeeld
De vis begint te stinken.
Vervoeging
ikstink
jijstinkt
hijstinkt
wijstinken
julliestinken
zijstinken
Verleden tijd
stonk / stonken
Voltooid deelwoord
hebbengestonken
Gebiedende wijs
stink
Voorwaardelijke wijs
zou stinken
Toekomende tijd
zal stinken