stoppen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
stoppen
Uitspraak: /ˈstɔ.pə(n)/
Voorbeeld
We moeten bij het rode licht stoppen.
Vervoeging
ikstop
jijstopt
hijstopt
wijstoppen
julliestoppen
zijstoppen
Verleden tijd
stopte / stopten
Voltooid deelwoord
hebben/zijngestopt
Gebiedende wijs
stop
Voorwaardelijke wijs
zou stoppen
Toekomende tijd
zal stoppen