strijden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to fight
Uitspraak: /ˈstrɛi̯.də(n)/
Voorbeeld
Ze blijven strijden voor hun rechten.
Vervoeging
| ik | strijd |
| jij | strijdt |
| hij | strijdt |
| wij | strijden |
| jullie | strijden |
| zij | strijden |
Verleden tijd
streed / streden
Voltooid deelwoord
hebbengestreden
Gebiedende wijs
strijd
Voorwaardelijke wijs
zou strijden
Toekomende tijd
zal strijden