stuk
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda1
het
Vertaling
stuk
Uitspraak: /stʏk/
Voorbeeld
Ik wil een stuk taart.
Meervoud
stukken
Verkleinwoord
stukje
bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
stuk
Uitspraak: /stʏk/
Voorbeeld
De auto is stuk.