terugbouwen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
rebuild
Uitspraak: /təˈrʏxˌbɑu̯ə(n)/
Voorbeeld
Ze willen het oude huis terugbouwen.
Vervoeging
| ik | bouw terug |
| jij | bouwt terug |
| hij | bouwt terug |
| wij | bouwen terug |
| jullie | bouwen terug |
| zij | bouwen terug |
Verleden tijd
bouwde / bouwden
Voltooid deelwoord
hebbengeterugbouwd
Gebiedende wijs
bouw
Voorwaardelijke wijs
zou terugbouwen
Toekomende tijd
zal terugbouwen
Scheidbaar werkwoord