teruggeven

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
teruggeven
Uitspraak: /təˈrʏxˌɣeːvə(n)/
Voorbeeld
Kun je me mijn boek teruggeven?
Vervoeging
ikgeef terug
jijgeeft terug
hijgeeft terug
wijgeven terug
julliegeven terug
zijgeven terug
Verleden tijd
gaf terug / gaven terug
Voltooid deelwoord
hebbenteruggegeven
Gebiedende wijs
geef terug
Voorwaardelijke wijs
zou teruggeven
Toekomende tijd
zal teruggeven
Scheidbaar werkwoord