terughalen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to retrieve
Uitspraak: /təˈrʏxˌhaːlə(n)/
Voorbeeld
Ze ging naar het park om de hond terug te halen.
Vervoeging
| ik | haal terug |
| jij | haalt terug |
| hij | haalt terug |
| wij | terughalen |
| jullie | terughalen |
| zij | terughalen |
Verleden tijd
halde / halden
Voltooid deelwoord
hebbengeterughald
Gebiedende wijs
hal
Voorwaardelijke wijs
zou terughalen
Toekomende tijd
zal terughalen
Scheidbaar werkwoord