terugkijken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
look back
Uitspraak: /təˈrʏxˌkɛi̯kə(n)/
Voorbeeld
We kunnen nu met trots terugkijken op ons project.
Vervoeging
| ik | kijk terug |
| jij | kijkt terug |
| hij | kijkt terug |
| wij | kijken terug |
| jullie | kijken terug |
| zij | kijken terug |
Verleden tijd
kijkte / kijkten
Voltooid deelwoord
hebbengeterugkijkt
Gebiedende wijs
kijk
Voorwaardelijke wijs
zou terugkijken
Toekomende tijd
zal terugkijken
Scheidbaar werkwoord