teruglezen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to reread
Uitspraak: /təˈrʏxˌleːzə(n)/
Voorbeeld
Ik wil dat boek nog een keer teruglezen.
Vervoeging
| ik | teruglees |
| jij | terugleest |
| hij | terugleest |
| wij | teruglezen |
| jullie | teruglezen |
| zij | teruglezen |
Verleden tijd
lezde / lezden
Voltooid deelwoord
hebbengeteruglezd
Gebiedende wijs
lez
Voorwaardelijke wijs
zou teruglezen
Toekomende tijd
zal teruglezen
Scheidbaar werkwoord