teruglopen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
to walk back
Uitspraak: /təˈrʏxˌloːpə(n)/
Voorbeeld
We moeten nu teruglopen naar de auto.
Vervoeging
ikterugloop
jijterugloopt
hijterugloopt
wijteruglopen
jullieteruglopen
zijteruglopen
Verleden tijd
lopte / lopten
Voltooid deelwoord
hebbengeteruglopt
Gebiedende wijs
lop
Voorwaardelijke wijs
zou teruglopen
Toekomende tijd
zal teruglopen
Scheidbaar werkwoord