terugsluiten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
to close again
Uitspraak: /təˈrʏxslyːtə(n)/
Voorbeeld
Zorg ervoor dat je de deur goed terugsluit.
Vervoeging
iksluit terug
jijsluit terug
hijsluit terug
wijsluiten terug
julliesluiten terug
zijsluiten terug
Verleden tijd
sluitte / sluitten
Voltooid deelwoord
hebbengeterugsluitt
Gebiedende wijs
sluit
Voorwaardelijke wijs
zou terugsluiten
Toekomende tijd
zal terugsluiten
Scheidbaar werkwoord