terugspreken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
speak back
Uitspraak: /təˈrʏxˌspreːkə(n)/
Voorbeeld
Hij durfde niet terug te spreken tegen zijn baas.
Vervoeging
| ik | spreek terug |
| jij | spreekt terug |
| hij | spreekt terug |
| wij | terugspreken |
| jullie | terugspreken |
| zij | terugspreken |
Verleden tijd
sprekte / sprekten
Voltooid deelwoord
hebbengeterugsprekt
Gebiedende wijs
sprek
Voorwaardelijke wijs
zou terugspreken
Toekomende tijd
zal terugspreken
Scheidbaar werkwoord