terugsteken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to put back
Uitspraak: /təˈrʏxˌsteːkə(n)/
Voorbeeld
Hij besloot zijn handen in zijn zakken terug te steken.
Vervoeging
| ik | terugsteek |
| jij | terugsteekt |
| hij | terugsteekt |
| wij | terugsteken |
| jullie | terugsteken |
| zij | terugsteken |
Verleden tijd
stekte / stekten
Voltooid deelwoord
hebbengeterugstekt
Gebiedende wijs
stek
Voorwaardelijke wijs
zou terugsteken
Toekomende tijd
zal terugsteken
Scheidbaar werkwoord