terugstorten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
to refund
Uitspraak: /təˈrʏxˌstɔrtə(n)/
Voorbeeld
Ze hebben het geld op mijn rekening teruggestort.
Vervoeging
ikterugstort
jijterugstort
hijterugstort
wijterugstorten
jullieterugstorten
zijterugstorten
Verleden tijd
stortte / stortten
Voltooid deelwoord
hebbengeterugstortt
Gebiedende wijs
stort
Voorwaardelijke wijs
zou terugstorten
Toekomende tijd
zal terugstorten
Scheidbaar werkwoord