terugsturen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to send back
Uitspraak: /təˈrʏxˌstyː.rə(n)/
Voorbeeld
Ik moet het pakket terugsturen.
Vervoeging
ikstuur terug
jijstuurt terug
hijstuurt terug
wijsturen terug
julliesturen terug
zijsturen terug
Verleden tijd
sturde / sturden
Voltooid deelwoord
hebbengeterugsturd
Gebiedende wijs
stur
Voorwaardelijke wijs
zou terugsturen
Toekomende tijd
zal terugsturen
Scheidbaar werkwoord