terugzien
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to see again
Uitspraak: /təˈrʏxˌzin/
Voorbeeld
Ik hoop je snel weer terug te zien.
Vervoeging
| ik | zie terug |
| jij | ziet terug |
| hij | ziet terug |
| wij | terugzien |
| jullie | terugzien |
| zij | terugzien |
Verleden tijd
zide / ziden
Voltooid deelwoord
hebbengeterugzid
Gebiedende wijs
zi
Voorwaardelijke wijs
zou terugzien
Toekomende tijd
zal terugzien
Scheidbaar werkwoord