tic
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoordb1
de
Vertaling
tic
Uitspraak: /tɪk/
Voorbeeld
Hij heeft een tic die zijn ooglid doet trillen.
Meervoud
tics
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang