ticket

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
het
Vertaling
kaartje
Uitspraak: /ˈtɪkət/
Voorbeeld
Ik heb een ticket voor het concert gekocht.
Meervoud
tickets
Verkleinwoord
ticketje