tijd
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
tijd
Uitspraak: /tɛit/
Voorbeeld
Ik heb geen tijd om te wachten.
Meervoud
tijden
Verkleinwoord
tijdje