toebouwen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to build up
Uitspraak: /ˈtuːˌbɑu̯ən/
Voorbeeld
Ze willen het open terrein toebouwen met nieuwe huizen.
Vervoeging
| ik | toebouw |
| jij | toebouwt |
| hij | toebouwt |
| wij | toebouwen |
| jullie | toebouwen |
| zij | toebouwen |
Verleden tijd
bouwde / bouwden
Voltooid deelwoord
hebbengetoebouwd
Gebiedende wijs
bouw
Voorwaardelijke wijs
zou toebouwen
Toekomende tijd
zal toebouwen
Scheidbaar werkwoord