tonen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
toon
Uitspraak: /ˈtoːnə(n)/
Voorbeeld
Hij wil zijn nieuwe auto tonen.
Vervoeging
iktoon
jijtoont
hijtoont
wijtonen
jullietonen
zijtonen
Verleden tijd
tonde / tonden
Voltooid deelwoord
hebbengetond
Gebiedende wijs
ton
Voorwaardelijke wijs
zou tonen
Toekomende tijd
zal tonen
zelfstandig naamwoorda2
Vertaling
tones
Uitspraak: /ˈtoːnə(n)/
Voorbeeld
De tonen van de muziek waren prachtig.