treden

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
treden
Uitspraak: /ˈtreː.də(n)/
Voorbeeld
Hij treedt vaak op in het theater.
Vervoeging
iktreed
jijtreedt
hijtreedt
wijtreden
jullietreden
zijtreden
Verleden tijd
trad / traden
Voltooid deelwoord
hebbengetreden
Gebiedende wijs
treed
Voorwaardelijke wijs
zou treden
Toekomende tijd
zal treden
zelfstandig naamwoordb1
Vertaling
treden
Uitspraak: /ˈtreː.də(n)/
Voorbeeld
De treden van de trap zijn erg steil.