trekken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
trekken
Uitspraak: /ˈtrɛkə(n)/
Voorbeeld
We trekken aan het touw.
Vervoeging
| ik | trek |
| jij | trekt |
| hij | trekt |
| wij | trekken |
| jullie | trekken |
| zij | trekken |
Verleden tijd
trok / trokken
Voltooid deelwoord
hebben/zijngetrokken
Gebiedende wijs
trek
Voorwaardelijke wijs
zou trekken
Toekomende tijd
zal trekken