trots
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
trots
Uitspraak: /trɔts/
Voorbeeld
Ze voelde trots na het winnen van de wedstrijd.
Meervoud
trotsen
Verkleinwoord
trotsje
bijvoeglijk naamwoorda2
Vertaling
trots
Uitspraak: /trɔts/
Voorbeeld
Hij was trots op zijn prestatie.
bijwoorda2
Vertaling
trots
Uitspraak: /trɔts/
Voorbeeld
Ze is trots op haar werk.