trouw

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoordb1
de
Vertaling
trouw
Uitspraak: /trʌu̯/
Voorbeeld
Trouw is een belangrijke eigenschap.
Meervoud
trouwen
Verkleinwoord
trouwtje
bijvoeglijk naamwoordb1
Vertaling
trouw
Uitspraak: /trʌu/
Voorbeeld
Hij is een trouwe vriend.
bijwoordb1
Vertaling
trouw
Uitspraak: /trʌu/
Voorbeeld
Hij diende zijn land trouw.