trut

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoordb1
de
Vertaling
trut
Uitspraak: /trʏt/
Voorbeeld
Ze noemde haar een trut.
Meervoud
trutten
Verkleinwoord
trutje