tuig

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoordb2
het
Vertaling
uitrusting
Uitspraak: /tœy̯x/
Voorbeeld
Het tuig van de zeilboot was beschadigd.
Meervoud
tuigen
Verkleinwoord
tuigje