uitgaan
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
uitgaan
Uitspraak: /ˈœy̯t.ɣaːn/
Voorbeeld
We gaan vanavond uit naar een nieuw restaurant.
Vervoeging
| ik | ga uit |
| jij | gaat uit |
| hij | gaat uit |
| wij | gaan uit |
| jullie | gaan uit |
| zij | gaan uit |
Verleden tijd
ging uit / gingen uit
Voltooid deelwoord
zijnuitgegaan
Gebiedende wijs
ga uit
Voorwaardelijke wijs
zou uitgaan
Toekomende tijd
zal uitgaan
Scheidbaar werkwoord