uithalen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to take out
Uitspraak: /ˈœytˌhaːlə(n)/
Voorbeeld
Hij wist niet wat hij uit de situatie kon uithalen.
Vervoeging
ikhaal uit
jijhaalt uit
hijhaalt uit
wijuithalen
jullieuithalen
zijuithalen
Verleden tijd
halde / halden
Voltooid deelwoord
hebbengeuithald
Gebiedende wijs
hal
Voorwaardelijke wijs
zou uithalen
Toekomende tijd
zal uithalen
Scheidbaar werkwoord